
Waar staat Nederland op weg naar een circulaire economie?
Materiaalgebruik fors terugdringen blijkt lastig; overheid nodig om bedrijf en consument daarbij te helpen
Het lukt Nederland nog niet om de hoeveelheid grondstoffen die we gebruiken fors terug te dringen. We hebben als land afgesproken dat we daaraan werken, met als doel om in 2030 de helft minder fossiele, minerale en metalen grondstoffen te gebruiken. In 2050 zou de economie van Nederland helemaal circulair moeten zijn. We gebruiken dan minder grondstoffen voor spullen, of de spullen zijn van duurzamer materiaal gemaakt. We gebruiken spullen langer. En we zorgen dat alle grondstoffen, zoals metalen of mineralen, steeds opnieuw worden gebruikt zodat ze in de economie en in het land blijven.
De Integrale Circulaire Economie Rapportage (ICER) biedt een overzicht van de stand van zaken van de transitie naar een circulaire economie in Nederland.
‘Om het materiaalgebruik in Nederland flink te beperken moeten we hard aan de slag,’ stelt Aldert Hanemaaijer, een van de projectleiders van de ICER bij het PBL. ‘Gelukkig is er veel mogelijk: van slimmer ontwerp tot meer recycling. Wij zien volop kansen voor de Nederlandse samenleving en voor onze economie.’
Het PBL meet de vooruitgang
Elke twee jaar brengt het PBL de Integrale Circulaire Economie Rapportage uit, kortweg ICER. De nieuwste dateert van 20 februari 2025. In dit rapport laat het PBL zien waar Nederland staat op weg naar het gebruiken van minder grondstoffen. Waarom is het in de praktijk vaak nog lastig, en welke regels en ideeën kunnen helpen om de economie meer circulair te maken?
Circulaire doelen worden waarschijnlijk niet gehaald
Kijkend naar de hoeveelheid materialen die Nederland nu gebruikt, ziet het er niet naar uit dat de door de overheid gestelde doelen worden gehaald. In 2022, het jaar waarvan de meest recente data beschikbaar zijn, gebruikten we zelfs meer materiaal ten opzichte van het vorige meetmoment in 2020. Het is wel minder dan in de jaren voor 2020. Zoals in deze figuur is te zien, daalt het gebruik van grondstoffen in Nederland dus wel, maar nog lang niet snel genoeg. Dat we minder grondstoffen gebruikten, is vooral veroorzaakt door externe gebeurtenissen, zoals corona en de oorlog in Oekraïne.
Zuiniger zijn met materialen is belangrijk voor het halen van doelen voor klimaat en natuur. En als minder afval hoeft te worden verbrand, scheelt dat vervuiling. Een bijkomend voordeel van matiger materiaalgebruik is dat Nederland minder afhankelijk wordt van andere landen. Sommige materialen die noodzakelijk zijn voor de economie, kunnen maar op een paar plekken in de wereld worden gewonnen en bewerkt. Zo worden veel speciale metalen die nodig zijn voor elektronica, zoals laptops en mobiele telefoons, in China gewonnen. Vrijwel de hele bewerking tot bruikbaar materiaal gebeurt daar. De levering van dit soort cruciale grondstoffen is de laatste tien jaar minder zeker geworden. Als we er beter in slagen deze materialen te recyclen, is dat goed voor de Nederlandse onafhankelijkheid én voor het klimaat en de natuur.
Efficiënter omgaan met grondstoffen
Er zijn meerdere manieren om efficiënter met grondstoffen om te gaan. Zo kunnen we proberen minder of minder schadelijke grondstoffen te gebruiken, producten langer te gebruiken of ze zo veel mogelijk te recyclen.
Dat blijkt niet zomaar gedaan: de totale hoeveelheid nieuwe producten die Nederlandse consumenten gebruiken neemt toe. Van spullen voor persoonlijk gebruik tot huizen en wegen. Mensen kopen meer, terwijl de levensduur van veel spullen afneemt. Zo gaan meubels of kleren steeds minder lang mee. Daarnaast is reparatie van kapotte producten vaak niet mogelijk of lastig, of is reparatie duur en duurt het lang.
Nederlandse recyclingbedrijven voor plastic hebben het moeilijk, omdat nieuw plastic veel goedkoper is dan gerecycled plastic. Daarnaast heeft de circulaire economie last van typische opstartproblemen: banken financieren niet graag bedrijfsmodellen die zich nog niet bewezen hebben. Het verdienmodel van een bedrijf dat circulair werkt is minder standaard, waardoor een bank de financieringsrisico's voor zo'n bedrijf relatief hoog inschat. Dit geldt bijvoorbeeld voor bedrijven die producten verhuren in plaats van verkopen, wat tot een hele andere cash-flow leidt. Ook worden circulaire producten vaak nog maar in kleine hoeveelheden geproduceerd, waardoor ze relatief duur zijn. Zo blijft de vraag ernaar beperkt, waardoor bedrijven aarzelen om ook dit soort producten te gaan maken.

Waar liggen de kansen voor Nederland om minder materiaal te gebruiken?
De komende jaren zullen veel extra huizen worden gebouwd. Dat kan op manieren die minder grondstoffen vragen dan gebeurt bij het neerzetten van nieuwbouwwijken. Denk bijvoorbeeld aan het realiseren van een extra woonlaag op een bestaande woning of het splitsen van een woning. Ook zijn extra grondstoffen nodig voor de productie van schone energie, aangezien er veel windturbines en zonnepanelen moeten worden gemaakt en neergezet. Door bij het ontwerp van windturbines al rekening te houden met hergebruik en recycling, zijn later minder nieuwe materialen nodig en wordt Nederland minder afhankelijk van andere landen.
Bedrijven en consumenten kúnnen veel zuiniger omgaan met hun producten, maar vaak is het makkelijker en goedkoper om op de oude weg door te gaan. Daarom is het belangrijk dat de overheid hulp biedt en regels stelt. Er zijn al veel afspraken gemaakt, maar die zijn vooral gericht op afval en recycling. Minder vaak gaan de afspraken over bijvoorbeeld slim ontwerp. Denk hierbij aan een smartphone waarvan onderdelen te vervangen zijn.

Wat betreft het recht op reparatie: afspraken hierover met bedrijven zijn beter te maken als dit op Europees niveau gebeurt, zodat Nederlandse bedrijven geen nadeel ondervinden van strengere regels hier. Sterker nog: als Europa vraagt om slim product-ontwerp, meer hergebruik en gerecyclede materialen in producten, dan biedt dat kansen aan onze bedrijven. In Nederland hebben we daar namelijk al meer kennis over en ervaring mee dan veel andere landen.
Wat kan de overheid doen om de circulaire economie vooruit te helpen?
- Werk de bestaande plannen uit en voer regels en afspraken in. Het beleidspro-gramma ‘Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030' (NPCE) is opge-zet om de overgang naar een circulaire economie te versnellen. Hoewel ministeries de plannen aan het uitwerken zijn, heeft dit tot nu toe nog maar beperkt geleid tot resultaten.
- Focus daarnaast vooral op de maatregelen met groot verwacht effect op het milieu. Een Europese belasting op fossiele grondstoffen, die worden gebruikt voor het maken van plastic, zou het recyclen van plastic aantrekkelijker maken. Het wordt dan immers duurder om nieuw plastic te maken van fossiele grondstoffen. In tegenstelling tot fossiele brandstoffen – zoals benzine en LPG – is plastic dat gemaakt is van aardolie nu namelijk niet belast. Hierdoor is het nog relatief goedkoop om fossiele grondstoffen te gebruiken voor plastic.
- Geef als overheid vaker het goede voorbeeld door bij de eigen uitgaven ambitieus te kiezen voor circulaire producten. Dat helpt om een markt te maken voor deze producten en het stimuleert innovatie. De overheid kan bijvoorbeeld voor het aanleggen en onderhouden van wegen alleen producten afnemen die op een circulaire manier zijn gemaakt.
- Pas bestaande regels voor bedrijven aan, zodat die zuiniger met materialen omgaan. Denk aan uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV), een set regels die nu vooral gericht is op gescheiden inzameling en recycling. Vanuit een circulaire economie zouden we meer willen: bedrijven zouden bijvoorbeeld een groter aandeel gerecycled materiaal kunnen inzetten in nieuwe producten. Ook kunnen er afspraken worden gemaakt over hergebruik. Deze afspraken kunnen in de tijd worden aangescherpt als er meer mogelijk is door nieuwe innovaties.
- Zet subsidies en heffingen in als beleidsinstrumenten die helpen het prijsverschil tussen gerecyclede materialen en nieuwe grondstoffen te verkleinen, bijvoorbeeld bij plastic. Dit is ook nodig voor het van de grond krijgen van recyclingfaciliteiten voor kritieke materialen.
Meer lezen? Zie de Integrale Circulaire Economie Rapportage 2025.
Beeldverantwoording
Foto banner: Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat/Steven Luchtmeijer
Collages: Design Innovation Group
Infographic: PBL